
Als je me 6 maanden geleden vroeg hoe het met me ging, antwoordde ik gegarandeerd ‘Super! De zaken gaan goed.’ En de zaken gingen goed. Té goed. Zo goed dat ik nauwelijks nog tijd had voor mezelf.
Het ritme dat ik leefde was er eentje van opstaan, werken, slapen. Maar vooral: ik werd geleefd.
Mijn lief werd er helemaal ongelukkig van. ‘Je bent er nooit’. Terwijl ik nota bene van thuis uit werkte…
Ik had alles waar ik ooit had van kunnen dromen. Een lief, een huis, een appartement, een cabrio, mooie designmeubels, de laatste nieuwe macbook met bijhorende iphone.
En toch was ik niet gelukkig.
Ik opperde het soms bij een paar dichte vrienden. Die me dan onbegrijpend aankeken. Eentje zei me ‘Maar jij bent alles wat ik zou willen zijn.’
Natuurlijk was er weinig reden om ongelukkig te zijn. Vanzelfsprekend had ik het honderden, neen, duizenden keren beter getroffen dan een groot deel van de wereld. En had ik geen enkele reden tot klagen.
Daar stond ik, 31, een succesvolle zaak, alle materiele weelde.
Mensen keken naar me, en er was respect. ‘Goed bezig’ hoorde ik af en toe. Ik zag de fierheid bij mijn grootouders, en ouders. Ik zag ook af en toe een glimp van jaloezie. Maar ook van opkijken naar.
31. Perfect aan het voldoen aan alles wat er van me verwacht werd.
En ongelukkig.
Heel ons leven is gebaseerd op ‘succesvol’ worden. Er hangen een heleboel parameters aan volgens onze maatschappij bepaald: een goed loon, een dikke auto, een mooie gsm, een groot huis. Soms ook een huwelijk en 2 kinderen. Statussymbolen heet dat dan mooi. En soms lijkt het alsof dat de doelen op zich zijn geworden.
Ik zie het rondom me. Hoe mensen die het niet hebben ernaar streven. Hoe anderen overtuigd de droom leven.
Life goes fast.
Ik zie evenveel mensen rondom me die het in vraag beginnen stellen. Want wie heeft bepaald wat succes is? Is het een goed loon? Of een bedrijfswagen? Of een job in London of Parijs?
Is succes niet gewoon doen waar je zin in hebt, waar je een passie voor hebt, en die passie proberen te beleven.
Ik deed een coaching om te horen wat ik al wist: al die dingen maakten me niet gelukkig. Toen men me vroeg wat ik echt wilde, was het antwoord simpel in zijn eenvoud: Reizen. De wereld zien. Focus op een paar eigen projecten. Nergens dook ‘een mercedes’ op, of een auto überhaupt. Nergens hoorde je het woord ‘succes’.
We hadden toen al lang besloten dat we een jaar weggingen. Dat ik de zaak een beetje ging terugschroeven, meer focussen. Dat we meer nadruk wilden leggen op de fun-stuff. Simpele dingen, zoals samen ontbijten. Mensen leren kennen. Leuke dingen doen. Gewoon. Zonder de rush.
Een maand later: de eigen projecten zijn er nog niet van gekomen. De rest wel: elke ochtend rustig wakker worden, samen ontbijten. BBQ’n met nieuwe vrienden. Er is nog veel werk, ik werk namelijk graag, maar het is geselecteerd en nauwkeurig. En de dingen die ik niet graag doe, weiger ik. Ten voordele van de projecten waar ik echt wil voor gaan.
En dan niet voor het geld. Wel voor de mensen die erachter zitten, en vertrouwen hebben in wat ik doe.
We vloeken soms, tegne onszelf, tegen elkaar, of tegen het internet, dat soms hapert, en dat ik eigenlijk heimelijk niet eens zo erg vind. Maar we lachen ook veel meer. En kijken naar elkaar. Anders.
Het kabbelt hier, zou je kunnen zeggen. Rustig. We leren mensen kennen, leuke mensen, interessante mensen. We rijden naar de wijnlanden, drinken de lekkerste wijn. Mijn lief kookt voor me, en ik ruim op. We gaan af en toe eten in lekkere restaurants. Minder dan een paar maanden geleden. Maar meer genietend.
We zijn gelukkig hier. Het kabbelt. Kabbelen is fijn.